In dezelfde week waarin groots een Techniekpact wordt aangekondigd, verschijnt er ook een klein berichtje dat zegt dat mbo-leerlingen die voor de duale variant kiezen, steeds moeilijker een leerwerkplek vinden. Vooral in techniekonderwijs neemt dat soort werkplekken snel af. Daar klopt iets niet.

Moet Nederland niet naar het Duitse duale systeem toe?

“Het tekort aan technici is een bedreiging voor die groeiambities. Het zet de groei van het mkb-metaal en daarmee van de hele Nederlandse economie onder druk”, zo zei Michaël van Straalen, voorzitter Koninklijke Metaalunie vorige week. Hij maakte deze opmerking bij de ondertekening van het Techniekpact. Hierin zijn afspraken gemaakt over de concentratie van techniekopleidingen in de regio’s, in combinatie met een grotere betrokkenheid van bedrijven. Denk aan meer en betere stageplekken, staat er in het persbericht van de Koninklijke Metaalunie te lezen. Dit Techniekpact moet voor voldoende jongeren in techniekonderwijs gaan zorgen.

Bijna helft van Kasto-medewerkers volgde in eigen bedrijf techniekonderwijs

Voorbeeld aan Duitsland

In Duitsland groeit de interesse van meisjes voor technische studies.

In Duitsland groeit de interesse van meisjes voor technische studies.

Dat geluid over techniekonderwijs hoor ik al tientallen jaren in Nederland. Het toeval wil dat toen in Amsterdam het Techniekpact werd ondertekend, ik op bezoek was bij de Duitse machinebouwer Kasto (zaagmachines en opslagsystemen). Wat mij bij Duitse metaalbedrijven altijd opvalt, is de trots waarmee ze over hun ‘Auszubildender’ praten. Hun medewerkers die de duale beroepsopleiding volgen: grotendeels in het bedrijf, aangevuld met school of hbo, want ook op dat niveau kun je beroepsopleidingen volgen. Bij Kasto werken zo’n 560 medewerkers. 10 Procent van hen is, zo zei directeur-eigenaar Armin Stolzer tijdens de bijeenkomst, “Auszubildender”. Vakmensen in opleiding dus. Een op de tien medewerkers van het bedrijf wordt dus in het bedrijf opgeleid. Vooral natuurlijk in de techniek, maar ook in andere richtingen. Overigens: Armin Stolzer merkt dat steeds meer meisjes interesse krijgen voor een technische opleiding.

Oude rotten leiden jonge garde op
De machinebouwer investeert jaarlijks 1,2 miljoen euro op de scholing van medewerkers. Dat zijn niet alleen kosten die uitgegeven worden aan studieboeken en opleidingsplaatsen. Daaronder vallen ook de personeelslasten van een aantal oudere, ervaren medewerkers die de jonge harde in het bedrijf onder hun hoede nemen. Om de cijfers nog meer in perspectief te plaatsen: de omzet van het bedrijf bedroeg verleden jaar wereldwijd 122 miljoen euro, in Duitsland bijna 111 miljoen. Met andere woorden, dik een procent wordt dus uitgegeven aan scholing. Stolzer vertelde dat verder 45 procent van de huidige medewerkers bij Kasto de beroepsopleiding heeft gevolgd. En het verloop bij het bedrijf is extreem laag. Niet gek, want medewerkers zien dat er in hen geïnvesteerd wordt. Bovendien zie je heel vaak op een huisshow bij een Duitse machinefabrikant, dat de leerlingen ook een plekje krijgen waar ze zich presenteren. Ook bij Kasto. Armin Stolzer ging er bewust naar toe tijdens zijn rondleiding.

Samenwerken

Als we met zijn allen vinden dat er meer jongeren voor techniek moeten kiezen, moeten we ze ook aan een opleidingsplek helpen. Maak het beroepsonderwijs duaal voor jongeren die dat willen. En als maakindustrie moet je leerwerkplekken beschikbaar stellen. Als we oudere werknemers daarbij kunnen betrekken, doen we iets met tientallen jaren ervaring en geven we invulling aan een nieuw sociaal beleid. Draagt de overheid ook nog een steentje bij, , lossen we dreigende problemen door de vergrijzing en vergroening in een slag op.

 

 

Hier klikken