Elke euro extra aan industriële activiteit levert elders in de Europese economie nog eens 1,70 euro aan extra economische waarde op. Dat onderstreept dat de industrie de ruggengraat van de Europese economie is. 52 miljoen Europese arbeidsplaatsen zijn verbonden aan de industrie. Tal van politieke en economische ontwikkelingen zetten de Europese industrie echter onder druk. Europese en nationale politici moeten de industrie meer prioriteit geven. Dit zijn enkele conclusies uit een studie van het Institus der deutschen Wirtschaft (IW) dat deze week in Brussel is gepresenteerd, Industry as a growth engine in the global economy.

 

De IW-studie toont een aantal interessante cijfers. Dienstverlening en andere sectoren profiteren sterk van de industrie. Van elke euro waarde die de industrie creëert, vloeit 34 cent naar onder andere de dienstverlenende sector. 32 miljoen banen zijn er direct in de industrie te vinden, nog eens 20 miljoen in bedrijfstakken die van de industrie afhankelijk zijn. Het innovatieve karakter van de industrie blijkt wel uit het feit dat 65 procent van alle Europese R&D-uitgaven en 49 procent van de innovatie-uitgaven uit de industrie komen, terwijl de sector slechts 15 procent van het Europees BNP voor zijn rekening neemt. De industrie is ook vele malen productiever dan andere bedrijfstakken: een uur industriële productie levert bijna 32 euro aan toegevoegde waarde op; 15 procent meer dan gemiddeld in andere sectoren. Landen met een sterke industriële basis laten sinds 2000 een groei zien van 149 procent van het bruto binnenlands product, vergeleken met 35 procent in landen die minder industrie hebben.

IW-werkgelegenheid

Veel werkgelegenheid in de dienstensector is afhankelijk van de industrie.

Je zou denken dat politici en beleidsmakers zo’n groeimotor in de watten leggen, maar het tegendeel is waar, zo constateren de Duitse onderzoekers. De industrie in Europa staat onder druk. Niet alleen vanwege globale trends, ook door onder andere Europese energiepolitiek en milieuregels. Dat heeft er mede toe geleid dat het aandeel van de industrie in de Europese economie is afgenomen tot 15 procent. Vorige week kondigde de Europese Commissie al aan dit naar 20 procent te willen tillen. De globale ontwikkelingen bieden daar kansen voor, zegt het IW. Maar dan moeten er sterkere Europese industriële netwerken komt, moeten er grensoverschrijdende supply chains worden opgezet en moet er door de hele keten veel meer samengewerkt worden op het vlak van R&D. Ook pleit het IW voor een sterkere band tussen grote bedrijven en het MKB. De Europese industriepolitiek moet hier veel meer de nadruk op gaan leggen en mogelijkheden voor scheppen. “Brussel moet daarnaast de industriële concurrentiekracht op alle politieke vlakken meer prioriteit geven”, zegt IW-directeur professor Michael Hüther.

IW-studieoverzicht

Hier kun je het rapport downloaden.

 

 

Hier klikken