Made-in-Europe.nu
awk industrie 4.0

Wie wordt de Google van de maakindustrie?

Big data: een begrip dat in de maakindustrie nog niet gangbaar is. Dat wordt het echter wel, als het vooral aan de Duitse wetenschappers ligt. Big data en Industrie 4.0 in de maakindustrie bieden enorme kansen. Online procesbewaking, sneller leren dankzij de kennis die anderen delen, zichzelf bewakende machines. Maar wie gaat al die data analyseren?

 

Big data sharing helpt machinebouwers en –gebruikers, maar wil de industrie data delen?

De presentaties over Industrie 4.0 op het AWK 2014 in Aken klonken veelbelovend. Bijna iedereen die ook maar iets te zeggen heeft in de wereld van de CNC-machines, was er om het nieuwe paradepaardje van de Duitse machinebouwindustrie vanuit het Akense perspectief te zien. Ruim 700 deelnemers trok het tweedaagse evenement. Dankzij Industrie 4.0 kan de virtuele wereld eindelijk met de reële worden verbonden doordat volgend jaar wereldwijd al 6,6 miljarden componenten een eigen IP-adres hebben. “We kunnen zelfs elk afzonderlijk gereedschap een IP-adres geven”, aldus professor Günther Schuh van het Werkzeugmaschinenlabor Aachen, samen met het Fraunhofer IPT de organisator van het driejaarlijkse Aachener Werkzeugmaschinen Kolloquium.

 

Meer rendement uit machines

Hij ziet in Industrie 4.0 onder andere de kans om gebruikers van machines te helpen er méér uit te halen. Via apps gaan machinebouwers hun technologische know how aanbieden. Je kunt de nieuwe mogelijkheden inzetten om virtueel machines te optimaliseren zodat ze in real life sneller inzetbaar zijn, zo betoogde Peter Wagner van machinebouwer Heller. Kapp Niles, zo betoogde hij, die dit al door nog in het ontwikkeltraject met een virtueel model naar de klant te gaan. “Dat helpt als je het hebt over integratie van processtappen” aldus Wagner in Aken. By the way: het AWK is zo ongeveer het enige congres waar niet de bedrijven hun visie weergeven, maar waar werkgroepen, bestaande uit meerdere fabrikanten, maanden vooraf samen met de wetenschappers thema’s bediscussiëren en dan met een gezamenlijke visie op het congres komen. Vandaar dat Peter Wagner ook namens onder andere Kapp Niles, Index Werke en Siemens sprak.

 

FOTO-ALBUM: Dirk Prust (Chiron-Werke) op het congres. Verder in het album een aantal van de andere sprekers.

 

Zelfbewakende machine

Dirk Prust, ceo van Chiron Werke, sprak namens een groep fabrikanten die zich heeft beziggehouden met het thema de zelfbewakende machine (met onder andere Schaeffler, Dörries-Scharmann en Heidelberger Druckmaschinen). Hij verwacht dat alle data uit de machine in de cloud terecht komen waar ze vervolgens verwerkt worden tot nauwkeurige onderhoudsmodellen. “In de cloud kunnen we modellen universeler maken en optimaliseren.” Chiron gebruikt nu al signalen uit de besturing van alle machines waar men toegang tot heeft om daaruit modellen te ontwikkelen die fouten kunnen voorspellen. “Componenten slijten, maar we willen af van ongepland uitval. Uitval moet voorspelbaar worden”, zo vat Dirk Prust de ultieme uitdaging samen.

 

Durven we data delen?

Maar zit daar niet net de cloud? De pleitbezorgers van Industrie 4.0 spreken over een wereldomvattend netwerk voor de maakindustrie. Machines, modules, componenten, alles zit aan het web gekoppeld en communiceert met systemen in de cloud. De VDMA start de komende maanden een groot programma om de industrie – ook de gebruikers – enthousiast te krijgen over Industrie 4.0. Vooral in het midden- en kleinbedrijf leven er veel vragen, zo gaf Thomas Lindner, oud-president van de VDMA en nu bestuursvoorzitter machinebouwer Groz-Beckert toe. Zij worstelen met de vraag welk effect Industrie 4.0 op hun bedrijf heeft. De vraag is echter wie is bereid de data naar de cloud te sturen en wie komt met oplossingen om big data uit de maakindustrie te analyseren. Lindner erkent direct dat hier een van de hordes ligt die genomen moeten worden. “Ondernemers zijn niet gesocialiseerd voor solidariteit maar voor concurrentie.” Toch denkt hij dat als ze eenmaal overtuigd zijn van de voordelen van Industrie 4.0, ze over hun eigen schaduw geen durven te springen en data gaan delen. “Industrie 4.0 biedt het perspectief op seriegrootte 1 geautomatiseerd te maken. De klanten zullen uiteindelijk echter beslissen of ze dit afnemen en ervoor willen betalen.”

 

Prognosemodellen verbeteren

Data delen is een van de vier hoekstenen van het Akense perspectief op Industrie 4.0. In de wereld van social media, delen we straks ook onze machine- en productiedata omdat we daar beter van worden. We kunnen immers leren van anderen. Ook van de concurrentie. Chiron topman Dirk Prust ziet dit als een wezenlijk aspect. “Big data betekent dat we gegevens delen met anderen, zodat prognosemodellen verbeteren en we sneller de voordelen kunnen benutten. Hebben we normaal vijf jaar nodig om de kennis op te bouwen, als we data delen kan dat veel sneller.” Siemens, zo merkte hij op, heeft de structuur om de data uit de machines in de cloud te verzamelen al klaar. Security is wel een thema dat serieus aangepakt moet worden, aldus Prust.

 

Beter zijn dan de concurrentie

Toch, zo merkte een van de topmannen van een Duitse machinebouwer in de wandelgangen van het AWK 2014 op, blijft de vraag delen we de data? Niet alleen is gebruiker van CNC-machines (“de meeste klanten die betaald hebben voor een ethernetaansluiting willen de machine niet aan het internet koppelen”), ook als fabrikant. “Ik wil betere machines bouwen dan die van mijn concurrent”, zei hij. Of is die markt ook interessant genoeg voor Google? Koop hét bedrijf dat leeft van de connected world daarom misschien de laatste tijd aan de vleet robotfabrikanten op?

 

FOTO BOVEN: Samen met het WZL ontwikkelt Chiron simulatiemodellen om de nauwkeurigheid van de machines nog verder te verbeteren.

Binnenkort zowel hier als in het digimagazine meer over het AWK 2014 en Industrie 4.0

 

Pin It on Pinterest