De automobielindustrie heeft de positie als grootste afnemer van CNC-gereedschapmachines verder versterkt. Autofabrikanten en hun toeleveranciers zijn goed voor bijna de helft van de omzet van de Duitse machinebouw. Dat blijkt uit het Market Report 2015 van de VDW, de Duitse branchevereniging van de machinebouwers.

Auto-industrie goed voor bijna helft omzet machinebouwers

De automobielindustrie is met 48,5 % van de totale omzet (15,1 miljard euro in 2015) de grootste klant van de Duitse machinebouw. Dit aandeel is sinds 2011 gegroeid met 6,5 procentpunt, zo schrijft de VDW in het onlangs verschenen Market Report  2015. Dit illustreert de afhankelijkheid van de Duitse machinebouw van de automobielindustrie. Deze is zeer groot, want de tweede grootste afnemersbranche zijn de machinefabrieken. Deze sector was verleden jaar goed voor 22,3% van de omzet die de Duitse fabrikanten van werktuigmachines boekten. Vergeleken met enkele jaren geleden is dit aandeel afgenomen met 6,7 procentpunt.

 

Luchtvaart en medical

Deze ontwikkeling tussen 2011 en 2015 laat zien hoe groot de afhankelijkheid van de sector is van de automobielindustrie, die juist nu bezig is met een transformatie van verbrandingsmotoren naar elektrische aandrijvingen. Dat zal geen transitie zijn die zich binnen enkele jaren voltrekt, maar zal wel effect gaan hebben op de machinebouw. De andere sectoren waaraan de Duitse fabrikanten hun CNC-machines verkopen, zijn immers vele malen kleiner. De fijnmechanische-, optische- en medische componentensector – ook gezien als groeimarkten – is bijvoorbeeld goed voor 4,6% van de omzet. Lucht- en ruimtevaart voor 3,6%, ondanks dat deze industrie door een aantal machinebouwers als een van de aantrekkelijke groeimarkten wordt gezien.

 

RodersTec-stempel312-05-2013

 

Aantallen machines: auto-industrie blijft grootste

De cijfers die tot nog toe genoemd zijn, hebben betrekking op de financiële getallen. Kijk je naar het feitelijke aantal CNC-machines, dan blijft de auto-industrie de grootste afnemer met een aandeel van 28% (inclusief de machines die aan toeleveranciers zijn verkocht). De machinefabrieken blijven dan niet eens zoveel achter, 24,8%. De VDW legt zelf in het jaarverslag uit dat het grote verschil tussen bijna 50% van de omzet en slechts 28% van het aantal machines een gevolg is de projectbasis die typerend is voor autofabrikanten. Daarnaast neemt deze sector zeer hoogwaardige machine en complexe productiestraten af, die hoge investeringen vergen maar slechts een relatief beperkt aantal machines.

 

Wie is beter uit de crisis gekomen: de grote of de kleine spelers?

 

Mittelstand formule

De vraag die zich opdient – maar niet gesteld wordt in het VDW Market Report – is wat deze ontwikkeling voor de sector betekent. Immers: machinebouwers zullen uitgedaagd worden steeds complexere machines te ontwikkelen, denk maar aan de hybridemachines, de multitaskingconcepten en de opmars van smart industry. Dat vergt steeds meer investeringen, ook in software-ontwikkeling. Kunnen de kleinere machinebouwers dat aan? De VDW schrijft dat het model ‘Mittelstand’ nog steeds de succesformule voor de branche is. Wel hebben de crisissen van 1992 tot 1994 en 2008 tot 2009 ertoe geleid dat de grote en internationaal opererende machinebouwers het leeuwendeel van de 15,1 miljard euro productie voor hun rekening nemen. 8,2% van de machinefabrikanten heeft vandaag de dag meer dan 1000 medewerkers (2013: 6,9%). ‘Dat is ook noodzakelijk omdat juist de volume-aanbieders de volledige breedte van de markt nodig hebben. Bovendien zijn dit de bedrijven die de financiële middelen hebben om de kosten van gediversifieerde afzetkanalen en direct sales concepten te dragen.’ Tegelijkertijd constateert de branchevereniging dat grote bedrijven niet per definitie het recept vormen voor succes. Er zijn namelijk spelers die met succes bepaalde niches bewerken en daar economisch gezien goede resultaten boeken. De gevolgen van de financiële crisis voor de echte economie hebben deze bedrijven echter voor grote uitdagingen gesteld, omdat ze geen economy of scale effecten kunnen realiseren. Desalniettemin zegt de VDW dat deze bedrijven het gedurende crisis veelal beter hebben gedaan dan de rest.