Olie- en gasindustrie wil méér 3D printen

Begin 2018 start een internationaal innovatieproject met als doel om de inzet van additive manufacturing in de olie- en gasindustrie en de maritieme sector te onderzoeken. De focus van het project ligt op de toepasbaarheid van bestaande AM technieken en de standaardisatie van processen.

 

Consortium start innovatieproject rond toepassingen en certificering

Initiatiefnemers zijn Shell, Statoil, Rolls Royce en Berenschot. Voor de kwalificering en certificering wordt samengewerkt met een tweede project, geleid door DNV-GL. De aftrap van het project is in januari 2018, maar bedrijven kunnen zich nog aansluiten.

 

Risico op uitval beperken

Additive manufacturing staat in veel sectoren op de agenda. Het manco is echter dat gekwalificeerde en gecertificeerde processen ontbreken. Dat staat een brede toepassing in de weg. De olie- en gasindustrie wil méér gaan 3D printen, maar is bezorgd dat AM eveneens leidt tot de komst van onderdelen die onder de huidige standaarden liggen. En daarmee zou het risico op uitval van componenten en installaties toenemen. Daarom vormen Shell, Statoil, Rolls Royce en Berenschot tijdelijk een consortium voor onderzoek naar de mogelijkheden van AM en om tot standaardisatie en productie te komen. De producten die men in het project gaat maken, zijn bedoeld voor real life productietoepassingen.

 

Ook inzicht in economische factoren

Het doel van het project 3D Printing of functional production parts for the Oil & Gas and Maritime industry is aan de hand van demonstrators het hele proces te doorlopen. Hierdoor moeten de deelnemers meer inzicht krijgen in wat het betekent om via AM onderdelen te maken. Ze moeten ook de economische afwegingen kunnen maken. Daarnaast moet in dit project duidelijk worden hoe je een certificeringstraject voor 3D geprinte onderdelen opzet, evenals een basis voor standaarden waarmee de kwaliteit wordt geborgd.

 

Een voorbeeld van een werkstuk gemaakt op de hybridemachine van DMG Mori Seiki.

 

Drie AM technieken

In het project wordt bestaande AM technologie ingezet. Hiervoor komen drie technieken in aanmerking: poederbed (lasersmelten), AM met draad oplassen (Wire Arc AM) en Direct Energy Deposition (3D cladden). Voor de eerste en laatste techniek denkt men aan onderdelen kleiner dan 500 bij 500 bij 500 mm, voor het WAAM proces kunnen de stukken groter zijn. In het project wil men minstens 4 demonstrators ontwikkelen, gemaakt met onder andere titanium, roetsvaststaal en nikkel legeringen. Het gaat niet om vervanging van bestaande onderdelen, men zoekt bij voorkeur onderdelen waarin de meerwaarde van 3D printen zichtbaar wordt.

 

Versnelling

Met dit open innovatieproject willen de initiatiefnemers de toepassing van additive manufacturing versnellen. Onno Ponfoort van Berenschot leidt het project, ondersteund door Sidney Stokkers die zich bij Berenschot vooral bezighoudt met de operationele kant van industriële AM processen. Door er een Joint Innovation Project van te maken, wil men méér bedrijven de kans geven mee te doen. Ook toeleveranciers worden nadrukkelijk uitgenodigd mee te doen aan het project. De uitkomsten worden naderhand in beknopte versie, inclusief richtlijnen, beschikbaar gesteld aan de bredere industrie.

Meer informatie: o.ponfoort@berenschot.nl of hier

 

Hier klikken

Authors
Tags

Gerelateerde artikelen

Top