Het rapport Toeleveren aan de hightechindustrie van het Economisch Bureau van ING toont klip en klaar aan waarom automatisering en digitalisering voor componentenleveranciers essentieel zijn. De Nederlandse hightech OEM’ers zijn weliswaar fors gegroeid sinds 2000, maar zijn veel meer in het buitenland gaan inkopen. Twee keer zo veel meer dan in Nederland. Lagere loonkosten zijn daarvoor de doorslaggevende factor.

 

Nederlandse hightech OEM’ers kopen steeds meer in het buitenland in

De Nederlandse toeleveranciers zien hun omzet al enkele jaren gestaag groeien. Als ASML wereldwijd succes boekt met de EUV-technologie, profiteert daar half verspanend Nederland van. Eén grafiek in het rapport van het Economisch Bureau van ING brengt echter treffend in beeld dat de positieve orderontwikkeling niet het volledige beeld schetst.

Deze grafieken laten zien dat de toeleveringsindustrie veel meer had kunnen profiteren van de groei van de hightechindustrie als de factor arbeid in de kostprijs lager zou zijn geweest door automatisering en digitalisering.

 

74% groei versus 154%

De grote Nederlandse OEM’ers hebben hun inkoopvolume bij Nederlandse toeleveranciers sinds 2000 met 74% uitgebreid. Het volume van de buitenlandse inkoop groeide in diezelfde periode met liefst 154%. Meer dan dubbel zo hard dus! “Nederlandse toeleveranciers hebben de afgelopen decennia relatief beperkt geprofiteerd van de groei bij de Nederlandse eindfabrikanten”, concluderen de onderzoekers van ING dan ook. Vooral de laatste jaren wordt het verschil tussen bestellingen bij Nederlandse en buitenlandse toeleveranciers snel groter.

 

Loonkosten: € 32,60 versus € 4,40

De reden hiervoor moet volgens ING gezocht worden in de grote verschillen in loonkosten. Deze zijn in de voormalige Oost-Europese landen weliswaar sterk gestegen; ze steken nog steeds schril af bij het Nederlandse loonkosten per uur. Gemiddeld lagen de Nederlands loonkosten per uur in de periode 2000-2017 op € 32,6 tegenover in Polen op € 7,8 en in Roemenië zelfs op € 4,4. “Bedrijven die alleen vanuit Nederland leverden, hadden een steeds uitdagender marktpositie. Hoewel de lonen in bijvoorbeeld Polen en Roemenië veel harder stijgen dan in Nederland, blijft het niveauverschil groot”, aldus het ING-rapport. Dit toont eens te meer aan dat de componentenleveranciers in de verspanende industrie hun spindelrendement moeten verhogen. Automatiseren en digitaliseren dus.

 

ING waarschuwt dat de digitale platformen in de toekomst de groei van bedrijven die voor digital first kiezen kan afremmen. Op de foto een voorbeeld van zo’n platformbedrijf, Protolabs.

 

Scenario’s voor componentenleveranciers

Het ING Economisch Bureau geeft dit zelf ook aan als een van de opties om als Nederlandse toeleverancier je positie te versterken. Met robottechnologie en digitalisering kunnen de bedrijven hun arbeidsproductiviteit verhogen. Denk daarbij niet alleen aan het beladen van machines met robots, maar ook aan de digitalisering van de bedrijfsprocessen. “Digitalisering maakt productiviteitsslagen mogelijk in alle bedrijfsprocessen, van productontwikkeling tot after sales”, zeggen de ING-onderzoekers. Digital First is een van de vier strategieën voor de toeleveranciers van componenten aan de hightechindustrie. Product Plus, naast productie voor klanten ook aanpalende activiteiten uitvoeren, is de tweede strategie. Make & advise en Design & advise zijn de twee strategieën voor de system suppliers.

 

Digital first strategie

In het rapport wordt ingegaan op de kans die een digital first strategie biedt. Klanten gaan dan via een webportal minder complexe onderdelen bestellen. Bij de toeleverancier is het hele vervolgproces gedigitaliseerd. De factor mankracht per product neemt dus relatief af. De onderzoekers waarschuwen wel dat deze strategie op termijn moeilijker vol te houden is, zeker als de digitale platformen voor relatief eenvoudige componenten de markt betreden. “Zo’n platform vergroot namelijk de markttransparantie door vraag en aanbod bij elkaar te brengen en prijs en kwaliteit zichtbaar te maken. Hiermee dwingt een platform kostenefficiëntie in de markt af en zal de markt ‘digital first’ steeds meer als standaard zien”, zo staat in het ING-rapport. In het rapport worden voorbeelden van dergelijke platformen aangehaald uit de plaatwerkindustrie.

 

3D Systems begint zich met de direct manufacturing activiteiten, een voorbeeld van digitale maakbedrijven, nadrukkelijker te manifesteren op de Benelux markt zoals onlangs tijdens Prototyping in Kortrijk.

 

Over de verspanende industrie wordt verder niet specifiek gesproken. Hier zijn deze platformen echter net zo goed al in de markt, zoals bijvoorbeeld Batchforce dat vraag en aanbod van CNC-werkstukken bijeenbrengt of het Vlaamse Younique Machining dat uitsluitend orders digitaal afhandelt, tot en met de programmering. Internationaal zijn er ook platformen actief, die zich stilaan nadrukkelijker beginnen te presenteren in de Benelux, zoals 3D Systems en Protolabs.

Lees in het digimagazine van oktober over de autonome productiecel waarvan het concept onlangs op de IMTS werd getoond

 

Hier klikken