De mobiele robot als oplossing voor het tekort aan vakmensen

Automatisering wordt nog steeds dikwijls geassocieerd met een robot bij een machine of een verpakkingslijn. Nieuwe ontwikkelingen zoals drones, low en no code programming en vooral Kunstmatige Intelligentie gaan komende jaren voor heel nieuwe concepten zorgen waarmee je in de industrie kunt automatiseren. Waar blijft de mens in dit geheel? Of komt die buitenspel te staan?


Is Kunstmatige Intelligentie, AI, een hype? Daniël Telgen, CEO van Cboost, denkt eerder dat we pas aan het begin staan. “Met AI staan we nog in de kinderschoenen. AI powered robotization is net pas begonnen”, zei hij op Vision, Robotics & Motion. Hij is overtuigd van de mogelijkheden die AI gaat bieden om slimmer te automatiseren. In de maakindustrie wordt de robot nu bijvoorbeeld opgetuigd om met behulp van AI kwaliteitsinspecties te doen. De ChatGPT voor de industrie is een kwestie van tijd voordat deze er zal zijn. Misschien vier, vijf jaar dan worden deze AI diensten uitgerold voor de industrie. Industrie 4.0 loopt dan alweer een fase achter. Hij zegt: “We gaan met Industrie 4.0 naar high mix low volume, maar dan zijn we er nog niet. We willen toeleverketens weerbaarder maken voor verstoringen.”


Japan als gidsland

En dat betekent dat de samenleving een stap moet zetten. Daniël Telgen ziet Japan als voorbeeld: daar is robotisering ver doorgedrongen in alle facetten van de samenleving. “Japan is de blueprint voor hoe de wereld moet worden. Een hoogtechnologische, volledig circulaire samenleving.” Society 5.0. Dat vergt wel dat de ingenieurs de gebruikers voor ogen houden als ze nieuwe automatiseringsoplossingen ontwikkelen. En dat vergeten ze nu vaak, vindt de CEO van Cboost. Iedereen moet in staat zijn om een robot te bedienen. Van handwerk zijn we via gereedschap naar industriële machines voor massaproductie gegaan, met weinig flexibiliteit. “We willen naar robots die op afstand bediend worden. Naar autonome systemen; één persoon die honderd machines op afstand kan bedienen en meekijken als er iets aan de hand is.” Die stap is nog ver weg, maar de trend ernaar toe is wel in gang gezet. De kracht van AI, volgens Daniël Telgen mogelijk gemaakt door de ontwikkelingen bij ASML, is om te gaan met wisselende omstandigheden. Hij laat het voorbeeld zien van de robot stratenmaker, die met vision technologie ziet waar in een straat herstelwerkzaamheden uitgevoerd moeten worden en deze autonoom uitvoert.


Men is bang voor de robot en autonome robots. De maatschappelijke angst zit er diep in. Daarom moeten we focussen op het aantrekkelijk, mooi en gemakkelijk maken van robotica

Yuri Steinbuch – Avular


Minder programmeren

Vision is één technologie die de inzet van de robot gaat veranderen. Op de beurs in Den Bosch waren er goede voorbeelden van te zien, zoals de lascobot van HGR Robotics die met een camera de exacte positie van de te lassen onderdelen detecteert, de vorm en dan automatisch het las- en robotprogramma maakt. De operator hoeft vooraf enkel een klein aantal waarden in te geven en met de hand één keer het pad afleggen om enkele foto’s te maken. De technologie die hierachter steekt, is low en no code programming. Dat laatste wordt ook wel zero programming genoemd: zelfs zonder CAD data een programma voor de robot genereren. Deze term is een beetje misleidend. Je kunt namelijk niet volledig zonder programmeren, legt Matthieu Bemelmans van Vinci Tech uit. Wat het wel doet? “Als je dezelfde taak voor een ander project nog eens wilt gebruiken of een net iets ander object wil handlen of een tolerantie wilt toevoegen, dan hoef je hiervoor niet opnieuw te programmeren”, legt hij uit. “We hebben dan geen menselijke programmeur meer nodig voor om te stellen.” In combinatie met een vision systeem kun je dan taakomschrijvingen in gewone woorden maken in plaats van te programmeren. Bij flexibele tooling zorgen de camera en de software voor het automatisch omstellen. Hij laat een voorbeeld zien van een vacuümgripper waarvan de ventielen afzonderlijk kunnen worden aangestuurd. Afhankelijk van het product dat op het beeld van de camera herkend wordt, schakelt het systeem de grijpers individueel aan. Dit betekent zeker niet dat er een automatische machine ontstaat, waarschuwt Bemelmans voor al te hoge verwachtingen. Bij bin picking hoef je de objecten bijvoorbeeld niet meer in te leren. Of bij het verlijmen van de binnenbekleding van een auto, die aan de randen omhoog flabbert, detecteert de camera de exacte positie en berekent de software automatisch het juiste robotpad.


Mobiele robots

De toekomst is echter aan de autonome robot, gelooft Yuri Steinbuch, een van de oprichters van de Eindhovense ontwikkelaar van drones en mobiele robots Avular. De mobiele robot kan in veel sectoren de oplossing zijn voor het tekort aan vakmensen, “in sommige sectoren gaat 30% van de medewerkers met pensioen”; of om voedselzekerheid te creëren door ze in de agro business in te zetten. Avular ontwikkelt concepten; de vision en software achter de drone of mobiele robot. De klant zet dit om in een concreet product. “Ook de machinebouwer moet deze stap zetten”, zegt Yuri Steinbuch. Ook hij wijst op het belang van maatschappelijke acceptatie van de robots. “Die is niet hoog. Men is bang voor de robot en autonome robots. De maatschappelijke angst zit er diep in. Daarom moeten we focussen op het aantrekkelijk, mooi en gemakkelijk maken van robotica.” In beheer van installaties en gebouwen én in de industrie zien de ontwikkelaars van Avular vooral kansen in inspectierobots, zodat men op afstand naar de fabrieken kijken kan en de efficiency kan verhogen. Een inspectierobot die Avular ontwikkelt, kan op 10 meter afstand zien of een wiel van een treinstel niet meer volledig rond meer is en vervangen moet worden. Een andere inspectierobot detecteert lekkages in persluchtsystemen. “3 procent van alle energie die de wereld verbruikt, lekt weg via persluchtlekkages.”


Nederland koploper

Nederland loopt voorop als het om de ontwikkeling van robot toepassingen gaat. Sterker nog: naar verhouding heeft Nederland een hele grote robotindustrie, blijkt uit cijfers van HowToRobot. De Amerikaanse startup brengt sinds enkele jaren robotmarkten wereldwijd in kaart en kijkt niet alleen naar de fabrikanten maar ook naar de ontwikkelaars van applocaties en andere innovaties. Elias Lundström geeft twee cijfers: Italië telt als een van de grootste Europese robotmarkten qua installed base 65 robotbedrijven. Nederland telt er 350, net zoveel als in Spanje, een vier keer zo grote markt. “Nederland telt net als Denemarken veel integrators dus wordt er veel nieuwe technologie ontwikkeld. Logistiek en e-commerce zijn de grootste markten voor hen; de maakindustrie staat op een derde plek. Hij noemt de oogstrobots en andere agrarische toepassingen als typische sectoren waarin Nederland sterk is. Blijft de markt booming? Elias Lundström erkent dat er momenteel onzekere factoren zijn. Onderliggend ziet hij echter het tekort aan medewerkers blijven oplopen en dat wordt voor de maakindustrie wereldwijd een uitdaging. “Zelfs fabrieken in Polen vinden de mensen niet meer. Je moet automatiseren als je je fabriek niet kunt verplaatsen”, zegt de communicatiemanager van HowToRobot. En dan zie je bedrijven die willen investeren in robotica kritischer worden. “Tien jaar geleden gingen ze nog naar de lokale leverancier. Nu gaan ze benchmarken. Er komt een betere match tussen wat men vraagt en wat men krijgt, er is minder ruimte voor extra’s. Automatisering moet precies het probleem oplossen. Men wil niet overinvesteren. En de focus ligt op ROI: betaalt de investering zich terug.”

Pin It on Pinterest