Made-in-Europe.nu
addlab

AddLab gestart: Brabantse hightech industrie in 3D printing

Het Eindhovense AddLab is een feit. De eerste 3D printer voor metalen componenten, een SLM 280 HL, is nu operationeel op Strijp S. Hier zetten 7 Nederlandse toeleveranciers gezamenlijk de volgende stap in productietechnologie: laagsgewijs opbouwen van metalen onderdelen. Enkele kilometers verderop is Philips Healthcare al een stap verder. Vanaf begin 2015 start hier serieproductie met 3D printen.

[quote float=”right”]Philips print onderdeel CT-scanner van zuiver wolfraam[/quote]
Dat additive manufacturing leeft in de hightech industrie was wel duidelijk bij de officiële opening van het AddLab. Zo’n 200 gasten verdrongen zich rond de SLM 280 HL die het benchmarkwerkstuk printte. Eindhoven ontwikkelt zich in snel tempo tot een 3D printhub voor metaalprinten in Nederland, zo lijkt het wel. Want de primeur van metaalprinten heeft AddLab niet meer. Enkele kilometers verderop is Philips Healthcare namelijk bezig de technologie klaar te maken voor serieproductie, wat begin komend jaar zijn beslag moet krijgen. Die stap schetste Harry Kleijnen van Philips Healthcare op de eerste editie van Additive World, een seminar als onderdeel van het 3D Printing Event dat vooraf ging aan de officiële opening. Philips print momenteel een onderdeel van de CT scanner van zuiver wolfraam. Als je in deze technologie stapt, moet je rekening houden met veel onbekende factoren, aldus Kleijnen. “Je moet ‘unknown unknonws’ uitvinden. Daarvoor zijn we ook door een tranendal moeten gaan.” Nu heeft Philips de technologie zover onder de knie, dat begin 2014 de serieproductie kan starten.

Steilere leercurve
Juist om sneller door dat leerproces heen te komen, hebben de partners in het AddLab de handen ineengeslagen. Dit zijn NTS Group, KMWE, FMI Group, MTA, Philips Innovation Services, Frencken Europe en Machinefabriek De Valk. Door de faciliteiten en vooral de kennis en ervaring te delen, zal de leercurve steiler verlopen, denkt Daan Kersten, een van de initiatiefnemers. Hierbij worden de partners ondersteund door het design- en engineeringteam van Additive Industries. Daarmee kiest Additive Industries de tegenovergestelde aanpak dan die vroeger op Strijp S gebruikelijk was, zei Jonas Wintermans, medeoprichter, bij de opening. De 3D printfabriek is namelijk gehuisvest in een van de oude Philipsgebouwen op Strijp S, hartje Eindhoven. De San, voor oud Philipsgedienden, nu gebouw Gerard, waar eerst radio’s zijn gebouwd, daarna TV’s en nu dus 3D printdelen. “Vroeger heette dat hier de verboden stad”, aldus Wintermans. Nu kiezen de systeemleveranciers juist voor open innovatie en voor samenwerking. “Wij gaan met een open mindset werken, waarbij bedrijven kennis delen om kosten te delen en tegelijkertijd samen een groter doel te bereiken dan wat solitair haalbaar is.” Het AddLab is een voorbeeld van de wijze waarop bedrijven in de Brainport regio kunnen samenwerken.

De partners in het AddLab, samen met het team van Additive Industries.
De partners in het AddLab, samen met het team van Additive Industries.

Barrieres wegnemen

Dat 3D printen nog niet is doorgebroken in de hightech industrie komt volgens Daan Kersten onder andere door gebrek aan kennis van deze technologie bij ontwerpers en engineers; daardoor een te laag volume en doordat de machines die vandaag te koop zijn, nog niet geschikt zijn voor industrieel gebruik. Daar ligt dan ook een van de ambities van Additive Industries. Behalve dat men de bedrijven ondersteunt de mogelijkheden van 3D printen te ontdekken, wil Additive Industries ook een industriële printlijn ontwikkelen, volledig geautomatiseerd en met robots.

Twee machines
In eerste instantie gaan ze met twee machines aan de slag. De SLM lasersmeltmachine is nu al operationeel. Het gaat hier om de nieuwste versie met de double beam technologie, die SLM vorig jaar op EuroMold in Frankfurt gepresenteerd heeft. Deze printer beschikt over twee laserbronnen van 400 en 1 kW, die om snelheid te verhogen gelijktijdig kunnen printen als de gevraagde nauwkeurigheid minder hoog is. Juist omwille van de nauwkeurigheid is de keuze voor de tweede printer op de Phenix PXL gevallen. Deze wordt in december geleverd door CNC Consult, dat in de Benelux dealer is van deze Franse machine. Phenix is overigens recent overgenomen door het Amerikaanse 3D Systems, maar opereert nog steeds onder de eigen naam. Het bijzonder aan de Franse technologie is dat men met een fijnere korrel werkt (8 µm versus 20 µm bij anderen). Ook de wijze waarop het poederbed wordt gemaakt, verschilt. Dit resulteert in een betere detaillering van de werkstukken. De PXL is de grootste van de 3 typen die Phenix bouwt en is eigenlijk al een productiemachine. Er zit namelijk een automatische wisselaar in voor de bouwplatformen, zodat je na het wisselen niet eerst hoeft te wachten totdat de werkruimte weer met argon is gevuld. Ook is de stofafzuiging geïntegreerd en kan het weggezogen poeder in de machine gereycled worden.

Lees alvast een artikel over de double beam technologie van SLM

En lees ook meer over de Phenix 3D metaalprinters

Een uitgebreid artikel over het nieuwe AddLab en een verslag over Additive World, verschijnt in de november editie van het Made-in-Europe.nu digimagazine.

2 comments

Pin It on Pinterest