Hoewel de voorbije jaren voor de fijnmechanische industrie niet gemakkelijk zijn geweest, is Gerrit-Jan de Ridder thans positiever gestemd dan dat hij rond de eeuwwisseling was. Hij ziet namelijk bij zijn klanten werk uit lage lonen landen terugkomen. Want goedkope productielanden zijn duurder geworden door de groeiende binnenlandse vraag.

 

“Het gaat niet om de laatste µm’s, maar om het samenspel van nauwkeurigheid en kosten”

En het consumentengedrag in Europa verandert. Consumenten willen het nieuwste, het hipste product. Logistiek wordt een belangrijke factor. Deze twee aspecten samen vormen argumenten om dichterbij je eindklant te gaan produceren. Neem de productie van Philips scheerapparaten die gedeeltelijk weer terug is in Drachten. “En omdat de kwaliteitseisen omhoog gaan, bouwt men weer een eigen gereedschapsmakerij op.”

China kan niet zonder Europese industrie

Als de opkomende landen zoals China en India straks echt op stoom komen en de consumenten daar gaan consumeren zoals wij in het Westen doen, dan is de West-Europese maakindustrie meer nodig dan ooit, denkt Gerrit-Jan de Ridder. “Als goedkope landen op een niveau gaan consumeren zoals wij hebben gedaan en de Amerikanen nog doen, dan hebben ze ons nodig om te leveren. Kijk eens naar de interesse van Chinese bedrijven om zich in Europa te vestigen.”

Kijk wat bij de klant past

Hij praat daarom liever niet over een crisis maar over ‘bijzondere tijden’. “Dit is de nieuwe economie. We moeten eraan wennen te concurreren met bedrijven die we niet kennen.”

 

Lees het hele artikel in het digimagazine

Hier klikken